Waarom wij mensen doen wat we doen tijdens de Corona crisis?

Er is momenteel één onderwerp dat ons allemaal bezighoudt: corona. Wat zien we als we inzoomen op ons gedrag? Waarom doen we wat we doen?

 

1. Het aanraken van je gezicht

Je hebt vast al eens gehoord dat het overgrote deel van ons gedrag onbewust is. Dat geldt voor ongeveer 95% van alles wat we doen. Dat is veel. Eigenlijk onvoorstelbaar veel. De meeste mensen kunnen dit dan ook bijna niet geloven. Tot ze het advies krijgen om niet hun gezicht aan te raken.. opeens kom je er dan achter hoe vaak je dat eigenlijk doet!

Er is niet veel onderzoek gedaan naar hoe vaak mensen gemiddeld aan hun gezicht zitten. Maar een Australisch onderzoek uit 2015 uitgevoerd onder 26 studenten, vermeldt een resultaat van 23 keer per uur.

Vier redenen waarom je aan je gezicht zit

Dat we met onze handen aan ons gezicht zitten, is niet onlogisch, vertelt Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie. “Onze handen en ons gezicht zitten dicht bij elkaar in de hersenschors. Kijk maar naar de homunculus, een plaatje dat laat zien welke delen van ons lichaam door welke gebieden in de hersenen aangestuurd worden: de hand en het gezicht grenzen aan elkaar.”

Hoogleraar gedragswetenschappen Arie Dijkstra, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, onderscheidt vier redenen waarom je aan je gezicht zit. “Ten eerste om iets te checken. Hoe zit het met die puist of dat bultje? Ten tweede: jeuk en kriebels.”

“Door je gezicht aan te raken geef je jezelf een andere sensatie dan die vervelende gedachte. Je handen willen die negatieve gevoelens verdringen.”

Een derde reden is het reguleren van emoties, stress of een overactief brein. “Door je gezicht aan te raken geef je jezelf een andere sensatie dan die vervelende of moeilijke gedachte. Je handen willen die negatieve gevoelens verdringen.”

“Uit een studie komt naar voren dat we bij emoties en spanning vooral onze linkerhand naar het gezicht brengen”, vertelt Scherder. “De linkerhand activeert namelijk de rechterhersenhelft, die over de emoties gaat. Door ons gezicht aan te raken, kunnen we volgens deze studie emoties reguleren.”

De vierde reden die Dijkstra noemt is een sociale. “Je laat bijvoorbeeld zien dat je nadenkt door over je kin te wrijven. Of je zit aan je gezicht als je aan het flirten bent.”

2. Rutte gaf toch een hand

Veel van ons gedrag is naast onbewust ook automatisch. Bijvoorbeeld iemand een hand geven. Dat zagen we onlangs allemaal misgaan bij premier Rutte. Hoewel hij net het advies gaf om geen handen meer te schudden, deed hij het vlak daarna zelf per ongeluk toch nog. Een ander filmpje ging ook viral: Sara Cody, de directeur van Santa Clara County Public Health Department, riep mensen op om niet hun gezicht aan te raken en stopte vervolgens haar vingertopje in haar mond om een bladzijde om te kunnen slaan. In deze compilatie zie je dit automatische gedrag steeds terugkomen:

De literatuur maakt onderscheid naar 3 vormen van automatisch gedrag:

  1. onbewust automatisch gedrag
  2. bewust automatisch gedrag
  3. doelafhankelijk automatisch gedrag

Voor onbewust automatisch gedrag is een prikkel van de zintuigen ook wel proximale stimulus nodig. Een voorbeeld van dergelijk gedrag is de koppeling die ons brein automatisch maakt bij het zien van een persoon aan een bepaalde sociale klasse. Of de associatie bij een bepaalde gerecht zodra we een bepaalde geur waarnemen.

Voor bewust automatisch gedrag is niet alleen een prikkel van de zintuigen nodig maar ook ons bewustzijn. Een voorbeeld van bewust automatisch gedrag zijn de gedachten en gedragingen die op een later moment opkomen, nadat we ’s avonds op het NOS journaal de beelden op de IC’s in Italië hebben gezien. Op onbewust niveau is de prikkel waarschijnlijk nooit echt weg geweest.

Een voorbeeld van doelafhankelijk automatisch gedrag is die van ons dagelijks woon-werkverkeer. Deze rijden we veelal op de ‘automatische piloot’.

De vraag is of automatisch gedrag te beïnvloeden is? Hoewel niet eenvoudig kan dat zeker. Daarvoor zijn er eigenlijk 2 wegen: 1. het doorbreken van de routine, het automatisme; 2. gebruikmaken van het feit dat het gedrag onbewust is. Hoe je automatisch gedrag kunt beïnvloeden wordt bepaald door de specifieke routine en situatie. Er zijn tal van theorieën die je daarvoor kunt gebruiken. Ze variëren van ‘loss aversion’, ‘social pressure’ tot en met het meer bekende ‘nudgen’.

3. Hamsteren in de supermarkten

De mens is een sociaal wezen en stemt dan ook zijn gedrag af op het gedrag van anderen. In tijden van onzekerheid, doen we dat als mens nog sterker: we weten niet goed wat verstandig is om te doen, en kopiëren daarom het gedrag van anderen. Dit wordt ook wel de descriptieve sociale norm genoemd. Je ziet dit nu bijvoorbeeld terug in het hamsteren in de winkels. Doordat mensen, door de lege schappen zien dat anderen veel inslaan, gaan ze dit zelf ook doen.

Dat ons gevoel van onzekerheid en/of angst daarbij een grote rol speelt illustreert het volgende voorbeeld. Op 8 september 2001 rent een man door de straten van New York City. De mensen om hem heen reageren nauwelijks. Op 10 september 2001, de dag na 9/11, rent dezelfde man in dezelfde straat opnieuw door New York City. Vrijwel alle mensen om hem heen, beginnen ook te rennen, angstig als ze zijn voor een nieuwe aanslag.

Naast onzekerheid wordt het gedrag eveneens beïnvloed door het zogenaamde ‘brandwagon effect’. Onze eigen overtuiging wordt sterker als meer mensen diezelfde overtuiging hebben. Dus hoe meer mensen er gaan rennen, hoe groter de kans dat jij ook zult gaan rennen.

4. Er is geen/wel schaarste 

Naast onzekerheid speelt schaarste ook een belangrijke rol. Schaarste is één van de beïnvloedingstechnieken van Robert Cialdini, en verklaart waarom “op=op” acties zo goed werken. We zijn bang om aanbiedingen en producten mis te lopen, dus als we het gevoel hebben dat er een mogelijk tekort dreigt, dan proberen we er alles aan te doen om zelf geen hinder te ondervinden van dat tekort.

Hoewel in onderstaand bericht van Albert Heijn wordt benadrukt dat er genoeg producten zijn voor iedereen en de schaarste dus geen werkelijk probleem is, is de boodschap die we tussen de regels door lezen heel anders: het wordt drukker in de winkels en de meeste mensen doen anders boodschappen dan normaal (‘hamsteren’?). Hierdoor wordt in dit bericht dus eigenlijk een verkeerde sociale norm gecommuniceerd, die er juist voor kan zorgen dat mensen juist nog meer gaan hamsteren omdat anderen dat ook doen!

5. Erg dat coronavirus, maar ik ga even naar het terras

Veel mensen maakten zich druk over de terrassen die vorig weekend nog vol zaten. Mensen op het terras maakten zich geen zorgen over het virus. Dat kan onder andere verklaard worden door het derde persoonseffect:mensen schatten de kans dat anderen iets vervelends overkomt hoger in, dan de kans dat hen zelf iets vervelends overkomt (ook wel optimistic of ‘over confidence bias’ genoemd). Dit wordt beïnvloed door de risicoperceptie: in hoeverre denk je dat jij risico loopt om ziek te worden én hoe erg verwacht je dat dit ziek zijn is. Wat daarbij ook nog belangrijk is, is de self-efficacy: in hoeverre verwacht je dat je het ziek zijn kan voorkomen?

Het uiteindelijke gedrag wordt door minstens al deze factoren beïnvloed. Als je denkt dat je toch niet ziek zal worden, dat het net zoiets onschuldigs als een verkoudheid is en je ook nog verwacht dat je het niet kunt voorkomen, dan is duidelijk dat je geen enkele reden ziet om niet op een terrasje gaat zitten op minder dan 1,5 meter afstand van anderen.

6. En ineens werken we massaal wel thuis

Thuiswerken. Al jaren wordt geprobeerd het te promoten, maar nog nooit waren er zo weinig mensen in de maandagochtend spits dat die niet eens meer als ‘spits’ te classificeren viel. Dit kunnen we goed verklaren aan de hand van ‘the behaviour change wheel’ van Mitchie. In dit model wordt gedrag verklaard vanuit drie bronnen: motivatie (wil iemand het?), capaciteit (kan iemand het?) en gelegenheid (is het mogelijk?). Door corona en de bijbehorende richtlijnen werden deze drie bronnen allemaal beïnvloed:

We mochten (indien mogelijk) niet meer op kantoor werken. Maar we willen wel ons werk gedaan krijgen. De motivatie om thuis te werken neemt dus toe.

Veel mensen konden al thuis werken, en de bedrijven die dat nog niet hadden geregeld, zorgden er natuurlijk razendsnel voor dat zoveel mogelijk mensen thuis konden werken, bijvoorbeeld door toegang te geven tot een server. De capaciteit nam dus ook snel toe.

Ten derde: de gelegenheid. Voorheen was voor sommige bedrijven thuiswerken nog not done. Bijvoorbeeld doordat het belangrijk is dat er mensen op kantoor zijn als er klanten langskomen. Doordat kantoren werden gesloten, was op kantoor werken geen mogelijkheid meer en werd thuiswerken opeens heel logisch.

7. Samen klappen voor mensen met vitale beroepen

Beetje bij beetje wennen we dus toch aan de maatregelen. En zo werd er dinsdag 24 Maart om 20 uur zelfs een ‘klap event’ georganiseerd voor iedereen die werkt in de vitale beroepen, van ziekenhuis tot supermarkt. Ook het koningshuis klapte enthousiast mee!

Zo’n event is niet gek, want mensen zijn sociale wezens en we voelen ons goed als we een groepsgevoel of saamhorigheid ervaren. Dat is een oud principe dat voortkomt uit overlevingskansen, want (meestal) is het om te overleven veiliger om in een groep te zijn dan alleen. Dat gaat nu niet op, maar toch hebben we behoefte aan het ervaren van dit groepsgevoel. En daarvoor biedt zo’n klap-event natuurlijk uitkomst. Wat extra helpt is dat we samen een gemeenschappelijke ‘vijand’ hebben, corona. Dat verbindt! En dat kan ervoor zorgen dat de verschillen in de politiek kleiner zullen worden. Dat is dan misschien weer een kans die corona ons biedt!

8. Waarom pas maatregelen eind februari?

En wat zouden nu de redenen kunnen zijn, dat we in Nederland pas 3 maanden nadat in China het eerste geval van Corona was geconstateerd zijn overgegaan tot het nemen van maatregelen?

We zouden dit kunnen verklaren aan de hand van het zogenaamde ‘struisvogel effect’ en mogelijk ook de ‘blind spot bias’.

Mensen hebben de natuurlijke neiging om informatie te vermijden die ze zou kunnen helpen om betere beslissingen te nemen, als ze denken dat deze informatie pijnlijk is. Los van suboptimale besluitvorming kan dit struisvogelgedrag er bijvoorbeeld voor zorgen dat we gevaarlijke ziekten niet snel genoeg aanpakken.

En ook hier kan het effect worden versterkt door onzekerheid. Doordat we niet weten hoe hiermee om te gaan. Was het wellicht in eerste instantie de Chinese overheid die de mogelijke impact van Corona ontkende en zelfs Li Wenliang, de arts die het Corona virus als eerste ontdekte, veroordeelde. Daarna lijkt veel er op te wijzen, dat ook andere overheden zich in de tussenliggende periode nauwelijks hebben voorbereid op hetgeen in aantocht was.

Tot slot zou het gedrag ook nog eens kunnen zijn versterkt door onze ‘blind spot bias’: door onze overtuiging dat wij minder denkfouten maken dan anderen. En dat dit een sterke overtuiging is blijkt wel uit Amerikaans onderzoek waarbij slechts 1 van de 661 proefpersonen dacht dat hij misschien wel iets meer fouten maakte dan gemiddeld. Bijzonder uiteraard, omdat we onmogelijk allemaal beter kunnen zijn dan alle anderen.

Het is ook best lastig. Onze eigen denkfouten zien we niet, ze gebeuren onbewust. Wanneer we onze eigen gedachten nagaan, komen we tot de conclusie dat we overwegend rationele en verstandige beslissingen nemen.

Kijken we naar anderen, dan zien we alleen hun gedrag omdat we nu eenmaal niet in hun hoofd kunnen kijken. En dan zien we soms toch hele rare fratsen.

En dit alles maakt nu juist dat wij bij PEAK XV bij ’t uitdenken van event & exhibition campagnes ons laten leiden door het gedrag van mensen en hoe je dit ’t beste kunt beïnvloeden.

 

Bronnen :

Floor Busch Adformatie

Germieke Smits, NU.nl

Mens & Samenleving Psychologie

Daniel Kahneman Thinking Fast & Slow

The Bias Blind Spot: Perceptions of Bias in Self Versus Others – Pronin et. al.

Irene Scopelliti, Carey K. Morewedge, Erin McCormick, H. Lauren Min, Sophie Lebrecht, Karim S Kassam (2015) Bias Blind Spot: Structure, Measurement, and Consequences. Management Science 61(10):2468-2486